Menu

Werkplekonderzoek

Werkplekonderzoek

Het op de persoon instellen van de werkplek is een voorwaarde om goed en gezond te kunnen werken. Werkplekadviseurs geven op basis van het werkplekonderzoek adviezen over de instelling van de bureaustoel, de hoogte van het werkblad, de hoogte van het beeldscherm en de ordening op de werkplek.

Globaal gezien zijn er twee manieren:

1. Gericht op de persoon, waarbij rekening wordt gehouden met de persoonlijke omstandigheden en het effect op zijn/haar houding en werkwijze.

2. De normatieve benadering, waarbij wordt getoetst of de instelling voldoet aan de gestelde regels en normen.

Mensgerichte benaderingwerkplekonderzoek
Deze benadering gaat ervan uit dat geen mens hetzelfde is. Er wordt gekeken naar het effect op de persoon. Is de hoogte-instelling  van de stoel zodanig dat de lichaamsspanning gelijkmatig is verdeeld over het lichaam? Heeft de hoogte van het bureau en het beeldscherm een goede werkhouding tot gevolg? Is de stand van het hoofd neutraal en staat het beeldscherm op een ideale afstand voor deze persoon? Is er ruimte om de muis neer te leggen als de muis of het toetsenbord niet wordt gebruikt?

Een normatieve benadering
Deze benaderingswijze kenmerkt zich door starheid en weinig inleving en wordt meestal uit praktische overwegingen gehanteerd.
Een mensgerichte benadering is interactief en geeft antwoord op de vraag wat het effect is van de werkplek, het werk en de omgeving op de persoon.

Werkplekonderzoek
Wij kunnen een preventief of curatief werkplekonderzoek voor u uitvoeren. Preventief meestal voor een nieuwe werknemer om mogelijke lichamelijk klachten in de toekomst te voorkomen. Curatief naar aanleiding van een klacht over de werkplek, een gezondheidsklacht of een lichamelijke beperking.

Stap 1 - Instellen van de bureaustoel

Het instellen van de bureauwerkplek begint bij de bureaustoel. De houding van de persoon staat centraal. De instelling leidt tot eenj zo goed mogelijke werkhouding. Hierbij hanteren wij de mensgerichte benadering:
1. Hoogte zitting: gelijkmatige verdeling van de druk bovenbenen/bil (knie ca. 90 graden)
2. Zitdiepte: de mogelijkheid om de onderbenen naar achteren te bewegen zonder afknelling van structuren (vuist ruimte bij de knieholte)
3. Rugleuning: een rechte/neutrale stand van het hoofd / de bovenkant van de romp (zo recht mogelijk)
4. Lendensteun: op de plek waar de medewerker het beste steun ervaart
5. Armsteunen: zodanige hoogte dat de schouders ontspannen zijn (ter hoogte van de lende)

Stap 2 - Bepalen van de bureaubladhoogte

Bij de mensgerichte benadering wordt de bureaublad-hoogte bepaald door  het effect op de houding van de persoon. Afhankelijk van de prioriteit wordt gekozen voor:
1. De stand van rug en nek
2. De stand van de onderarm/pols
3. De persoonlijke voorkeur van medewerker

Stap 3 - Bepalen van de monitorafstand en hoogte van het beeldscherm

De kijkafstand is bepalend voor een goede leesbaarheid. Hiervoor zijn normatieve tabellen in omloop. Bij de mensgerichte benadering zoeken we naar die afstand waarbij het visueel comfort zo groot mogelijk is.
En waarbij met zo min mogelijk inspanning van de ogen  waargenomen kan worden op het beeldscherm. De monitor wordt zo ver mogelijk ingesteld omdat dicht op het scherm zitten in de regel meer inspanning van de ogen vergt.